Groente in de spotlight: Rode kool

Wat een mooie groente, zoals hij op het land staat met die grote bladeren beschermend om de kool heen. Maar ook in de siertuin misstaat hij niet. En wanneer hij in de keuken belandt en je hem doorsnijdt, krijg je een schitterende nerfstructuur te zien in paars en wit.

Rode kool is een van de oudste koolsoorten. De teelt vindt vanouds plaats in Noord-Holland, omdat daar minder aantasting door de ziekte knolvoet optreedt. Dit is ook terug te vinden in oude rasnamen, zoals Langedijker Allervroegste, Langedijker Herfst en Langedijker Bewaar.

Het is in principe een tweejarig gewas, waarbij in het eerste jaar de kool gevormd wordt en in het tweede jaar de plant gaat bloeien. Bij een koud voorjaar kan de plant bij de allervroegste teelt echter al gaan doorschieten en bloeien. Volgens de biologische zaaitabel gedijt de plant het best tussen salie en andere kruidige burenhulpplanten.

De oogst van de vroege teelt is half juni, daarna komt de herfstteelt met oogst vanaf september en de bewaarteelt met oogst vanaf eind oktober. In speciale koolbewaarplaatsen kan de kool dan de hele winter bewaard blijven en dat is waar we nu van genieten.

Tussen de rassen komen verschillen in kleur voor. Het oude Nederlandse ras Negerkop heeft de donkerste kleur. Deze rasnaam mag echter niet meer gebruikt worden, omdat deze discriminerend zou zijn. Op verzoek van Engeland, de Engelse rasnaam was Niggerhead, is daarom indertijd door de Europese Commissie besloten de naam te veranderen in Roodkop.

De snelstgroeiende rassen, de zogenaamde grage, hebben zachter blad, maar zijn slecht te bewaren. De bewaarrassen, de zogenaamde trage, hebben hard blad en zijn goed te bewaren.

Rodekool heeft een hoog vitamine C-gehalte en bevat thiocyanaat dat een antibiotische werking heeft. Behalve omdat het erg lekker is, nog twee redenen dus om in de winter regelmatig rode kool op het menu te zetten!

Geschreven door Evelien van Wijk.